Het onderzoek naar de voordelen van duurzame huisvesting van Jones Lang Lasalle (JLL) zoals dat recent is toegelicht in Vastgoedjournaal (klik hier) en in het Financieele Dagblad toont aan dat in crisistijd ondernemers, de waarde van duurzaam aan- en verhuren inzien. Hoofd advies van Jones Lang LaSalle Pim Macke en hoofd onderzoek Ruben Langbroek stellen dat wetten en regels een zetje aan dit proces van verduurzamen kunnen geven. Dat dit zetje van de overheid niet voorwaardelijk is voor een positieve verandering, is onbekend. Soms kan de wereld ook beter worden ook zonder de hulp van de overheid en blijkt de markt zelf instaat om op economische grondslagen de goede richting in te slaan.
In de afgelopen tien jaar zijn de energiekosten gemiddeld met 10 procent per jaar gestegen. Het is de algemene verwachting dat deze jaarlijkse stijging zich ook in de komende decennia voortzet als gevolg van groeiende productiviteit en toenemende welvaart.
In Nederland wordt de energie door de huurder van het vastgoed betaald. Om een indruk te geven van de omvang van het energiegebruik: in Europa komt 42% van het totale energiegebruik voor rekening van vastgoed en 35% van alle CO2 uitstoot. Dit niveau komt mede zo hoog doordat de energielast nauwelijks kan worden beïnvloed door de huurder. Het gebouw zoals het de huurder ter beschikking wordt gesteld is een nauwelijks te veranderen uitgangspunt. De overheid wil het energieverbruik verkleinen. Daarom zal zij vanaf 1 januari 2010 alleen maar gebouwen te betrekken met minimaal een energielabel C. In Nederland is de overheid de grootste huurder en zal deze ingrijpende maatregel zeker een bijdrage leveren aan een duurzamere wereld.
Ondanks dat de overheid er voor kiest om haar energieverbruik te verminderen en de CO2 uitstoot te beperken staat er ook een weg open waarbij zij nauwelijks een zetje hoeft te geven. Tot voor kort, speelde energiekosten geen rol bij de afweging om een object te verwerven of te betrekken. Locatie in combinatie met de juiste prijs gaf meestal de doorslag bij de afweging van een huurder. Daarna wordt in het dagelijks gebruik pas duidelijk wat het kost om het gebouw op de juiste temperatuur te houden en te verlichten.
De eigenaar heeft baat bij een zo hoog mogelijke opbrengst uit de verhuur. De opbrengst kan meestal worden verhoogd met een aansprekende gevel en andersoortige cosmetische verfraaiingen. Of het gebouw energiezuiniger gemaakt kan worden boeit de eigenaar minder omdat hij hierbij geen financieel belang heeft; hij hoeft de energie rekening toch niet te betalen.
Et voila, zo zijn we aangeland bij de kern van de zaak: de eigenaar moet verantwoordelijk worden voor de energievoorziening. De wereld wordt hiermee een stuk overzichtelijker voor alle partijen. Immers, de eigenaar heeft er baat bij om energiebesparende maatregelen uit te voeren de huurder neemt de beslissing op basis van de totale huisvestingkosten en kan bovendien de panden beter onderling vergelijken dan nu het geval is.
Risico van energiekostenoverschrijding is nu in het voorstel voor de eigenaar. Als de eigenaar betaalt kan de gebruiker minder zorgvuldig worden omdat hij geen financieel voordeel kan behalen door zijn gedrag. Een jaarlijkse herziening en aparte verrekening voor het gebruik buiten de reguliere kantoortijden kan hierbij een oplossing bieden. Smart meters bijvoorbeeld zullen hierin een grote rol spelen omdat zij het voortdurend energieverbruik monitoren de en de eigenaar inzicht geven in de consequenties van energiebesparende maatregelen. Dit zal leiden tot een intensievere relatie tussen de verhuurder en huurder. De huurder zal zijn gedrag aanpassen aan de situatie en het systeem. Er zullen dus hogere eisen worden gesteld aan het beheer van een gebouw dan nu het geval is.
In een ander onderzoek dat JLL heeft uitgevoerd over de winst van duurzame maatregelen, en dat niet in het eerder genoemde artikel wordt behandeld, kwam naar voren dat de huurder bereid is genoegen te nemen met slechts 25% van de voordelen uit energie besparing. De overige 75% komt daarmee toe aan de eigenaar.
Dat deze aanpak loont getuigt het voorbeeld dat de auteurs van JLL aanhalen. Het beroemde Empire State Building in New York kreeg dubbelglas bij een ingrijpende renovatie waardoor het energie gebruik van het gebouw met 38% afnam. De investering van $ 4,4 mln. werd in drie jaar door de eigenaar terugverdiend. En waarom? Omdat de gebruiker de ruimte inclusief energie huurt, zoals te doen gebruikelijk in de Verenigde Staten en ook de huurder het gebruik van de ruimte buiten kantooruren in rekening brengt. Besparingen kan de eigenaar dus als extra rendement aan zijn exploitatie opbrengst toevoegen.
In Californië waren tien jaar geleden de kantoren al uitgerust met warmte werende ramen en bewegingssensoren. Deze voorzieningen waren niet het gevolg van door de overheid gestelde eisen en voorschriften maar ingegeven door het belang dat de eigenaar heeft bij een zo minimaal mogelijk gebruik van schaarse middelen zoals energie. In Nederland worden bewegingssensoren nog maar sporadisch toegepast en we lopen daarbij achter op de ontwikkelingen in Amerika.
Het aansprekende voorbeeld van het Empire State Building toont nog een ander aspect aan. Bij oudere gebouwen is veelal meer winst te behalen dan jongere gebouwen. Als gevolg van de nog relatief jonge leeftijd van de installaties zal een ingrijpende renovatie economisch gezien niet haalbaar blijken. Op oudere gebouwen is meer afgeschreven op de installaties, de isolatie en de schil waardoor er meer financiële ruimte is voor verbetering. De consequentie van deze realiteit zou kunnen zijn dat oude gebouwen eerder naar een interessant energielabel kunnen worden gebracht dan jongere gebouwen. Vastgoedtechnisch schuilt er daarom een latent leegstandsrisico in de jongere gebouwen. Deze jongere gebouwen dreigen een ongunstig label toegewezen te krijgen waardoor bijvoorbeeld de overheid deze kantoren niet meer zal aanhuren omdat een deze tenminste tot de categorie met het label C moeten behoren.
Het beleid van de overheid is mede gebaseerd op Europese regelgeving. Indien er sprake zou zijn van een huurovereenkomst inclusief energie dan zou de keuze voor een energiezuinig kantoor op basis van economische grondslagen worden gemaakt, vermoedelijk met hetzelfde resultaat met wat de overheid nu nastreeft voor haar eigen huisvesting.
De Raad voor Onroerende Zaken (ROZ ) heeft een standaard huurovereenkomst opgesteld dat in de markt algemeen gebruikt wordt en waarbij levering van energie niet is opgenomen. Het strekt tot de aanbeveling wanneer er ook een model wordt ontwikkeld dat partijen kunnen gebruiken in de aan en verhuur van bedrijfs- en kantoorruimte waar de energie component wel is opgenomen. Daarnaast is een belangrijke rol weggelegd voor taxateurs bij het waarderen van energiebesparende maatregelen. Een positieve waardering van een huurovereenkomst inclusief de energie component dient het prijsverschil van een duurzaam kantoor ten opzichte van een regulier kantoor te onderbouwen. Vanaf dat moment zal voor iedereen het pleit beslecht zijn ten gunste van duurzame huisvesting en is de gesignaleerde trend een feit.
De overheid kan natuurlijk wel een rol spelen met stimuleringsmaatregelen die leiden tot verduurzaming. Gedacht kan daarbij worden aan subsidies voor duurzame aanpassingen. Nu bestaat er al de groenfinanciering die het mogelijk maakt om duurzame renovaties met "goedkoop" groen geld te financieren. Deze maatregel is gezien vanuit de rendementsoptimalisatie van de eigenaar een goede incentive. Gebouwen kunnen rendabeler worden gemaakt als gevolg van een lagere rentelast en het totale energieverbruik en de CO2 emissie worden verkleind.
Mr Lodewijk Zweers MSRE
Zweers was tot voor kort meer dan acht jaar actief in Amerika op het gebied van vastgoedbeleggingen. Hij structureert thans als zelfstandige Nederlandse beleggingsfondsen en is daarnaast als partner van Co-Development verantwoordelijk voor binnenstedelijke en duurzame herontwikkeling.
Reacties
Lodewijk,
Ik was vorig week nog in NY heb zelf gezien hoe het Empire State Building er goed geisoleerd uitziet. Ook voor (Amerikaanse) woningen moeten goede energie besparingen mogelijk zijn.
Veel succes met je nieuwe uitdaging.
René
Lodewijk,
de wetenschap dat duurzaamheid eerst een noviteit is (noce to have, je kan je er als ontwikkelaar of belegger mee onderscheiden) en al gauw verandert in een "need to have" (anders wordt je product niet meer opgenomen) weten we allemaal. In zoverre volg ik jouw betoog dat de markt het zelf moet en zal oppakken.
Of daarmee geldt dat de eigenaar dus maar verantwoordelijk moet worden voor de energielevering, vraag ik mij af! Enerzijds zal dat voor kleinere eigenaren i.c. fondsen een no-go area zijn, vanwege gebrek aan kennis, schaal en dus macht. Ik ben benieuwd hoe zich dat verhoudt tot de fondsen die je zelf op de markt brengt, overigens? Anderzijds zijn bij mijn weten juist ook de nodige eindgebruikers zelf als inkoper van energie actief geworden of van plan dat te doen. Het is derhalve niet ondenkbaar dat de belangen van huurder en verhuurder zouden kunnen botsen.
Met andere woorden, maatwerk is, zoals voor de nabije toekomst in het vastgoed alom zal gelden, het beste antwoord. Waarbij de hardware (het gebouw) sowieso duurzamer kan en moet. Ben verder overigens benieuwd naar jouw visie op en werkwijze bij structurering van vastgoedfondsen.
Met vriendelijke groet,
drs.ing. G.J. Veldkamp MRE
Dunya Estate B.V.
Voeg reactie toe